Een stukje geschiedenis
De opkomst van de textielindustrie had tot gevolg dat de consequenties van de industrialisering zichtbaar werden. De invoering van de stoommachine deed de stadspoorten van Oldenzaal verdwijnen (ze stonden in de weg). In 1865 kwam de spoorwegverbinding Almelo-Oldenzaal-Salzbergen tot stand, vooral om steenkool uit Duitsland te kunnen aanvoeren. Dit was het einde van de postkoets en de postiljon, met al zijn romantiek. Het was echter tegelijkertijd het begin van een bijzondere positie: Oldenzaal werd, met zijn belangrijke station, een grensplaats van betekenis. Douane en marechaussee zouden er sterk vertegenwoordigd zijn.
De depressie van de twintiger jaren van de vorige eeuw echter drukte Oldenzaal met de neus op het feit dat het economische leven er aan een katoenen draadje hing. Dat zou tot in de jaren zestig zo blijven. De Tweede Wereldoorlog liet gelukkig weinig sporen na in het stadsbeeld. Afgezien van het duidelijke stratenpatroon, de trotse Plechelmusbasiliek en enkele karakteristieke gebouwen, had de stad echter weinig om mee te pronken. Er is dan ook heel gemakkelijk afgebroken toen in de jaren zestig een nieuwe fase in de geschiedenis begon: de bouw van bet Oldenzaal zonder textiel en uiteindelijk ook min of meer zonder (staats)grens.
De stad opende haar poorten voor nieuwe bedrijven. Het succes kwam al snel. In en om de stad ontstond gevarieerde bedrijvigheid. De kwetsbaarheid uit de tijd van de monocultuur (textiel) verdween.
